Neemt u uw boeken ook altijd mee op vakantie om te lezen?
Ik neem mijn boeken vaak mee op vakantie, maar niet om te lezen, meer om uit te delen. Bijvoorbeeld als ik een heel grote fan tegenkom. Achter in mijn auto liggen altijd boeken. Als ik toevallig ergens kom waar een kind jarig is, heb ik een leuk cadeautje bij me. Maar zelf herlees ik mijn boeken nooit. |
 |
Als u op straat loopt, ziet u dan ook weleens iemand van wie u denkt: zo ziet mijn hoofdpersoon er nou ook uit?
Op straat zie ik best weleens iemand die ik herken uit mijn boeken. Dat is zo grappig. Dan denk ik: hé, daar heb je Britt uit Dat heb ik weer. Of Paco uit Radeloos. Het geeft altijd een heel warm gevoel. En ik zie ook weleens een meisje of jongen van wie ik denk: over jou ga ik een boek schrijven. Zo’n kind inspireert mij dan. Wie weet heb ik dat weleens over jou gedacht en sta je zonder dat je het weet in een van mijn boeken! |
 |
Wat vond u vroeger het leukste vak op school?
Vroeger hield ik helemaal niet van school. Alleen keten met mijn vriendinnen vond ik leuk, maar les vond ik niks aan. Het enige vak dat ik leuk vond was opstel. Lekker verzinnen, daar hield ik wel van. Ik kreeg niet altijd een goed cijfer, want er zaten vaak fouten in en dat telde mee. Onzin vind ik dat, maar mijn juf trok er dan zomaar een paar punten vanaf. |
 |
Als u in de stad bent en u wordt ineens aangevallen door meisjes die uw handtekening willen en allerlei vragen beginnen te stellen, wordt u daar niet een beetje gek van? Of vindt u het juist leuk?
Als ik in de stad ben en kinderen vragen om een handtekening, vind ik dat nooit erg. Het hoort erbij. Eigenlijk is het ook wel heel leuk. Er zijn ook vaak oma’s in de supermarkt die een handtekening voor hun kleinkind willen. Dat doe ik met veel plezier. Als je dat erg vindt, moet je niet met je hoofd op tv komen, dan herkent niemand je. Ja, toch? |
 |
Komt het weleens voor dat u geen zin hebt om te schrijven of te signeren?
Schrijven is mijn beroep, maar ook mijn grootste hobby. Je kunt er mij voor wakker maken, zo fijn vind ik het. Ik kan niet iets bedenken waar ik zo blij van word als van schrijven. Verhalen verzinnen is mijn passie. Dus het komt bijna niet voor dat ik er geen zin in heb. Alleen als ik heel erge hoofdpijn heb, dan lukt het niet, maar anders ga ik altijd fluitend naar mijn werkkamer. Met signeren ligt het anders. Ik ben net een slak. Ik zit het liefst thuis, in mijn werkkamer. Om te signeren moet ik altijd reizen. Daar zie ik weleens tegenop. Maar als ik dan die lange rij voor het signeertafeltje zie staan, word ik weer heel erg blij. |
 |
Wat was vroeger uw lievelingsboek en wat is nu uw lievelingsboek?
Vroeger was Kruimeltje mijn lievelingsboek. Ik heb het wel dertig keer gelezen en elke keer moest ik weer huilen, zo zielig!! Nu vind ik van de kinderboeken Mathilde van Roald Dahl het leukst. |
 |
Hoeveel prijzen heeft u gewonnen?
Carry heeft negen keer de Kinderjury gewonnen en vijf keer de Jonge Jury. Een keer de Venz kinderboekenprijs en een keer de Pluim van de maand. Kijk voor de jaartallen en titels eens in mijn prijzenkast! |
 |
Wat vindt u leuk aan schrijven?
Ik hou heel erg van verzinnen. Maar wat ik het allerleukst vind, is dat ik door te schrijven mijn eigen wereld maak. In het gewone leven moet je de mensen nemen zoals ze zijn. Soms is dat heel moeilijk en wens je dat je vriendin of vriend net iets anders is. Maar in mijn eigen wereld kan ik iedereen precies zo maken als ik zelf wil. Heel gemeen of juist heel lief. Ik schep een eigen wereld. Echt super! Probeer maar eens! |
 |
Wanneer schrijft u? ’s Nachts?
Nee, ik werk overdag. Ik begin ’s morgens om negen uur. Dan ga ik samen met Yara mijn schrijfhond, mijn werkkamer in. En aan het eind van de dag, zo om vijf uur komen we er weer uit. Tussendoor stop ik alleen even voor een broodje. Maar om vijf uur is het meestal nog niet echt afgelopen en denk ik er nog veel over na. |
 |
Wat vindt u zelf het mooiste boek?
Ik kan niet kiezen. Ik vind al mijn boeken even mooi. Het ene verhaal kost wat meer moeite dan het andere, maar dat maakt niks uit. Ik zeg altijd: voor een schrijver zijn z’n boeken net z’n kinderen. En als je vijf kinderen hebt, zeg je ook niet: die ene is wel leuk, maar die andere, bah! |
 |
Vinden uw dochters het leuk dat u schrijft?
Ja, ze vinden het heel spannend, net als ik. Maar dat komt ook doordat ze er vanaf het begin bij betrokken waren. Ze wisten dat ik heel graag wilde schrijven en ze zijn blij voor mij dat het ook is gelukt. Ze zijn altijd mijn grootste inspiratiebron geweest. Als ze uit school kwamen vroegen ze altijd wat ik had geschreven en dan las ik mijn hoofdstuk voor. Dan zeiden ze: "Nee mam, dat moet eruit, dat is stom. Maar dat is wel mooi en je kunt ook nog...". |
 |
Hoe lang wilt u nog doorgaan met schrijven?
Ik hoop dat ik honderd word en dat ik altijd kan blijven schrijven. |
 |
Hoe komt u aan al die verhalen?
Sommige dingen waar ik over schrijf heb ik zelf meegemaakt. Maar ik krijg ook vaak een idee door de verhalen van mijn dochters. Of als ik een bericht in de krant lees dat me aanspreekt. En ik lees altijd de achterkant van de VPRO gids. Daar staan brieven van kinderen. Ze schrijven aan de andere kinderen wat hen bezighoudt. En ik praat vaak met kinderen. Tot voor kort bezocht ik elke week wel een school of een bibliotheek waar ik over mijn werk vertelde. |
 |
Heeft u tips voor kinderen die schrijver willen worden?
Jazeker. Als je schrijver wilt worden moet je veel lezen. En wat net zo belangrijk is, is dat je jezelf traint om elke week ofzo een verhaaltje te schrijven. Je zal merken dat het dan steeds knapper wordt. En geef de moed niet op. Als je echt schrijver wilt worden, dan moet je doorzetten. Ook al vindt de uitgever het niet goed genoeg, volhouden! Ineens ben je dan zover dat jouw verhaal een boek wordt! |
 |
| |